Welke recepten voor een ruimtelijk dieet?
We lijden aan ruimtelijke obesitas. We nemen te veel ruimte in, verkavelen grond én lucht. We weten dit al lang, maar hadden nog niet de moed om op dieet te gaan. Met de Vlaamse Bouwshift en de Europese No Net Land Take hebben we doelstellingen die wel iets zeggen over de stop op landinname uitgedrukt in vierkante meter, maar deze zeggen nog niets over het eindeloos bijbouwen, uitgedrukt in kubieke meter. De diagnose is nochtans helder: om aan onze ruimtelijke behoeften te voldoen, grijpen we ongezond veel naar het bouwen, wat telkens opnieuw veel energie, geld en grondstoffen vergt. Als ruimtelijke ontwerpers vragen we ons af: wat rest ons te doen?
erts is een ontwerppraktijk voor ruimtelijk onderzoek. Ze plaatst een voetnoot bij onze bouwcultuur. Ze zoekt inzichten in onze ruimtelijke obesitas en ontwikkelt recepten voor een ruimtelijk dieet. erts ontgint daarbij wat we al hebben, wat al gebouwd is. Ze verplicht zichzelf om elk onderzoek multidisciplinair te benaderen; de systeemfouten in ons ruimtelijk denken zijn dat immers ook. erts probeert praktische antwoorden te formuleren die tot concrete acties moeten leiden.
In 2016 al schreef het Witboek Beleidsplan Ruimte ons voor “meer te doen met minder ruimte op de best gelegen plaatsen”. We moeten dus ons ruimtelijk rendement verhogen. De Vlaamse regering nam ondertussen enkele maatregelen om het ruimtelijk rendement versneld te doen stijgen. Zo werd het mogelijk om van bepaalde planologische voorschriften af te wijken in functie van het verhogen van het ruimtelijk rendement. Ook werd het ruimtelijk rendement een nieuw beoordelingscriterium voor de goede ruimtelijke ordening. Maar deze bijkomende regelgeving, die vooral terug uitzonderingen maakt op eerdere regelgeving, maken het Zakboekje ruimtelijke ordening opnieuw dikker. Ook is het vooral bedoeld om tweedimensionele ruimte-inname tegen te gaan. We missen maatregelen tegen driedimensionele ruimte-inname, tegen nodeloos en overmatig bouwen met het ruimtelijk rendement als excuus.
De onlangs verschenen conceptnota Beleidsplan Ruimte Vlaanderen stemt enigzins positief: het transformeren van ons bestaande ruimtebeslag, dus ook het hergebruiken en intensiveren van ons bestaande gebouwenpatrimonium, wordt gedefinieerd als een reële opgave. De ambitie om in 2040 het bijkomend ruimtebeslag te herleiden tot 0 hectare per dag blijft ook overeind: nieuwe vragen naar ruimte moeten zoveel als mogelijk worden opgelost binnen het bestaande ruimtebeslag óf gepaard gaan met het opruimen van slecht gelegen ruimtebeslag. De vraag hóe we deze ambities allemaal gaan waarmaken, blijft voorlopig hangen. Welke concrete acties kunnen ons ruimtelijk rendement (snel) verhogen zonder kubieke meters bij te bouwen?
Over de oorzaken van onze ruimtelijke obesitas kan een volwaardig onderzoek gevoerd worden. Zodra we ruimte nodig hebben om te wonen, te werken, te sporten, naar school te gaan, samen te komen… bouwen we iets nieuws. We houden van consumeren. We zijn het collectieve denken kwijt. De winst van het individu heeft gewonnen van het algemeen belang. We bouwen en bouwen. Omdat het kan. Omdat een betonvlakte vermeend flexibeler is dan een zachte ondergrond. Omdat we verkeerdelijk denken dat herbruik een last is en nieuwbouw een lust. We houden van het onbeschreven blad. Nieuwbouwen is een business model, ons pensioen, onze rijkdom. Het is bijna de evidentie zelve. Het is een ontkende verslaving, waarvan de negatieve effecten systematisch worden genegeerd. We bouwen en bouwen omdat deze bouwcultuur ons wordt aangeleerd. Dat is onmiddellijk ook een voordeel: wat we aanleren, kunnen we ook terug afleren.
Het is immers geen optie om zo door te gaan. In Vlaanderen nemen we gemiddeld 50% meer ruimte in dan in onze buurlanden. Daarbij is 15% van Vlaanderen verhard. De bouwindustrie is verantwoordelijk voor 50% van alle ontginning en 33% van de Europese afvalberg. Ze stoot 40% van de broeikasgassen uit. Welk dieet moeten we volgen om deze cijfers te verlagen? Hoe brengen we een mentaliteitsshift op gang? Hoe zorgen we voor een cultuuromslag?
Er zijn nochtans ‘dokters’ die ons hebben gewaarschuwd. Renaat Braem wierp in 1968 een blik op de jungle en vroeg zich af wat ons eigenlijk scheelt. Hij zag vanuit het vliegtuig de gevolgen van de Wet De Taeye. Luc Deleu heeft Vlaanderen dankzij de opvulregel zien verlinten en wilde in 1979 met de Laatste Steen van België een einde maken aan de bouwwoede. Intussen publiceerde de Club van Rome hun rapport Limits to Growth. Recenter leerde Thomas Rau ons een wereld kennen waarin de consument niet langer eigenaar is, maar gebruiker, waarin materialen rechten krijgen en afval verleden tijd is.
Tussen ambitie en realiteit wil erts een ‘missing link’ zijn. Ze wil recepten voor een ruimtelijk dieet onderzoeken en verspreiden. Ze stelt vragen en wil ze beantwoorden met concrete acties: Hoe kunnen we ons ruimtelijk afval samen opruimen? Hoe kunnen gemeenten hun eigen patrimonium goed beheren of laten beheren? Durven we ook weg te nemen? Wie neemt de regie van onze schoolgebouwen in handen? Hoeveel woningen kunnen we ‘vinden’ in plaats van bouwen? Welke bijkomende redenen en obstakels om op bouwdieet te gaan kunnen we vinden in andere disciplines?
Er staan vandaag nog heel wat systemen overeind die het blijven toelaten om ruimtelijk obees te zijn. Er zijn ruimteverslindende parkeernormen en verouderde gewestplannen, die als ‘betonstart’ de ‘betonstop’ in de weg staan. Er is een onoverzichtelijk grond- en pandenbeleid en bakstenen zijn ons appeltje voor de dorst. We worden alsmaar dikker zonder te ontlasten. We voegen alsmaar toe zonder weg te nemen. We verwelkomen zonder ooit afscheid te nemen.
Er bestaan gelukkig al heel wat recepten voor een broodnodig ruimtelijk dieet, maar ze worden nog te weinig toegepast. We scannen scholen op zoek naar zwerfruimte, zodat dat bijgebouw toch niet nodig blijkt. We herbestemmen kerken en kantoorgebouwen, bestuderen gemeentelijk patrimonium, ontharden wegen, verhuren leegstaande kamers, splitsen woningen …
Willen we ook afspreken …
… dat scholen hun speelplaatsen, klassen en sportruimte openstellen na schooltijd?
… dat we opritten en garages delen?
… dat we slopen als het moet, herbestemmen vanaf het kan, niet andersom?
… dat we niet langer van groen naar grijs gaan, maar van grijs terug naar groen gaan?
… dat we werken aan een cultuur van goed gebouwbeheer?
… dat gemeenten hun eigendom niet verkopen, maar slim inzetten?
… dat we werken aan een sterk grond- en pandenbeleid?
… dat we intelligente ruïnes ontwerpen en steeds opnieuw hergebruiken, zoals we mochten leren van bOb Van Reeth?
… dat we eerst al onze bestaande gebouwen ontginnen en pas daarna nieuwbouwen?
… dat we trots zijn op een cultuur van genoeg in plaats van de grootste, hoogste, meeste te willen zijn?
erts is een ontwerppraktijk voor ruimtelijk onderzoek. Ze plaatst een voetnoot bij onze bouwcultuur. Ze zoekt inzichten in onze ruimtelijke obesitas en ontwikkelt recepten voor een ruimtelijk dieet. erts ontgint daarbij wat we al hebben, wat al gebouwd is. Ze verplicht zichzelf om elk onderzoek multidisciplinair te benaderen; de systeemfouten in ons ruimtelijk denken zijn dat immers ook. erts probeert praktische antwoorden te formuleren die tot concrete acties moeten leiden.