BRIEF . dankwoord van het Gewestplan

Nieuws

Hieronder leest u het dankwoord dat Dimitri Minten namens het Gewestplan voorlas tijdens het verjaardagsfeest in Mechelen op 28 september. 

Lees meer over het gewe(n)stplan op deze projectpagina. 

“Geachte aanwezigen, Geachte bouwers en niet-bouwers, slopers, bewoners en beschermers van de Vlaamse Velden,

Van harte welkom.

Ik ben het Gewestplan. Vandaag vijftig jaar oud. Vijftig jaar onversneden stedenbouwkundige passie gegoten in 25 deelplannen die destijds met de hand, een dikke alcoholstift en een flinke dosis politieke vriendschap zijn ingekleurd in felle tinten rood, paars, geel, groen en blauw. Ik ben geboren op 5 augustus 1976 om precies te zijn, maar werd pas op 28 september 1976 aangegeven bij de Burgelijke Stand.

Het Gewestplan van Mechelen was er al eerste. Ere wie ere toekomt. Maar het feit dat mijn geestelijke vader Jos De Saeger, de toenmalige minister van Openbare Werken en Ruimtelijke ordening, van Mechelen afkomstig was, zal wellicht ook wel geholpen hebben. En Jos had een hart voor onze steden. Zijn speeches over stadsvernieuwing liet hij zelfs op vinyl uitbrengen. De A-kant werd ingezongen door Louis Neefs.

Men dacht in 1972, toen men mij nog aan het verwekken was, dat ik een tijdelijk fenomeen was. Een soort stedenbouwkundige puberteit waar Vlaanderen wel overheen zou groeien. Maar kijk naar mij: een halve eeuw en miljoenen vergunde stenen later, sta ik hier nog steeds. Ik ben nog altijd de hardnekkigste basislaag van uw GIS-viewers. Elke vierkante meter Vlaamse grond draagt nog ergens mijn handtekening. Mijn invloed is groter dan ooit. We zijn nog steeds onafscheidelijk.

Vandaag vieren we mijn vijftigste verjaardag. En wie jarig is, blikt terug en deelt cadeaus uit – of in mijn geval: stedenbouwkundige vergunningen, attesten en maar soms ook weigeringen.

Laten we teruggaan naar december 1972. De tijd van de vroege Wet-Jos De Saeger en mijn bestemmingskleuren. Er werd toen nog politiek bedreven zoals het hoort: met de voeten op tafel, een dikke sigaar in de mond en een gigantische papieren kaart van Vlaanderen voor de neus. Er waren geen computermodellen, geen MER-rapporten, geen watertoetsen en al helemaal geen participatierondes met misnoegde buurtbewoners. Er was alleen een visie. En een hele doos stiften op basis van ecoline. Het product staat wereldwijd bekend om zijn uitzonderlijk heldere, briljante en transparante kleuren. En dat was ik ook: helder, briljant en transparant.

Ik was nog niet geboren of iedereen wilde zich al een stukje – of beter gezegd: een vlek op mijn kaart toe-eigenen. De industrie wilden paarse zones voor fabrieken, de landbouwers wilden grote gele vlakken, en de jonge gezinnen droomden van een eigen huis met een tuin. Dus vele rode vlekken, ook reservevlekken voor het geval we niet genoeg zouden hebben. En hier en daar ook wat blauwe plekken. Want de overheid had ook nog veel plannen. Er werd door velen lustig gekleurd. En als één kleur niet genoeg was, dan bedacht men wel streepjespatronen in verschillende kleuren.

Ik was geen kille, wetenschappelijke oefening. Ik was een weerspiegeling van de Vlaamse ziel die snakte naar ruimte en vrijheid, en ook naar extra geld voor hun grond.

Toen mijn scheppers klaar waren met kleuren, hadden ze een droom. Een droom van orde, aanbod en tevreden eigenaars. Laten we eerlijk zijn: ik heb de Vlaming gegeven wat hij wilde. Zoveel hij wilde.

Ik gaf u rode vlekken in de vorm van woongebieden, duizenden kilometers linten langs steenwegen en industrieterreinen in overvloed. Ik maakte de Vlaamse droom waar: een baksteen in de maag en een oprit voor de wagen. Wat resteerde, gaf ik groene en gele kleuren. Ik probeerde landbouw en natuur te vrijwaren, vaak vechtend tegen de verdichting en de menselijke drang om elk veld te bebouwen.

Ik word verguisd om mijn starheid, geliefd om mijn rechtszekerheid, en op vele plekken intussen stilletjes voorbijgestreefd door modernere RUP’s, maar mijn geest waart nog steeds doorheen elk Vlaams perceel.

Mijn grootste triomf is het concept ‘zonevreemd’. Wat een prachtig, poëtisch woord. Het klinkt als een buitenaards wezen dat per ongeluk in de Kempen is geland. Zonevreemde woningen, zonevreemde bedrijven en zelfs zonevreemde bossen. Vijftig jaar geleden dachten we: “We trekken een lijn. Alles wat aan de verkeerde kant van de lijn staat, verdwijnt wel met de tijd.” Wat waren we naïef. De Vlaming laat zich niet vangen door een lijn. De Vlaming past zich aan.

Dankzij mijn zonevreemde status hebben we fenomenen gecreëerd die uniek zijn in de wereldgeschiedenis. De agrarische loods die naadloos transformeert in een wellnesscentrum met binnenzwembad en pop-up gin-bar. Of de koterij: het stedenbouwkundige equivalent van het spel tetris. Eerst een duivenkot, dan een veranda eraan vast, een carport ertegenaan, en twintig jaar later is het een volwaardige kangoeroewoning. Officieel illegaal, maar emotioneel onroerend erfgoed.

Maar een plan is maar zo sterk als de mensen die ernaar luisteren of ertegen procederen. Ik wil jullie daarom ook oprecht bedanken.

Dank aan de Vlaamse burger en zijn baksteen,

Dank voor uw eindeloze geduld met mijn voorschriften, en voor elke keer dat u een bouwovertreding beging die ik met de mantel der liefde – en een laattijdige regularisatie – bedekte.

Dank aan de stedenbouwkundige ambtenaren,

Mijn absolute helden. Jullie zijn de stedenbouwkundige blauwhelmen van dit land. Jullie staan in de vuurlinie en zorgen voor pacificatie. Dank dat jullie al vijftig jaar met een loep, een liniaal en een oneindige dosis geduld aan een burger moeten uitleggen dat zijn geplande uitbreiding helaas net in een ‘bufferzone’ valt en dat hij dus drie jaar moet wachten op een uitsluitsel. Jullie zijn de balsem op mijn rigide voorschriften. Elke regularisatie is een liefdesverklaring aan mijn onvolmaaktheid.

Dank aan de planners en architecten,

Jullie hebben de zware taak om mijn vijftig jaar oude voorschriften te toetsen aan de moderne wereld. Dank dat jullie met zoveel geduld, creativiteit en een flinke portie gezond verstand elke dag opnieuw proberen te bepalen of die bestemming nu wel of niet past volgens de kleur.

Dank aan de advocaten en de Raad van State,

Jullie hebben van mijn soms cryptische teksten een ware wetenschap gemaakt, neergelegd in dikke boeken en lange artikels. Dankzij mijn kleuren en voorschriften hebben generaties juristen hun carrière kunnen opbouwen. We hebben samen geschiedenis geschreven in de rechtspraak en alles voor de zekerheid vastgetimmerd.

Dank ook aan de uitvinders van de ‘Bouwshift’,

Aan de jonge generatie die nu droomt van open ruimte, ontharding en compact wonen: ik wens jullie oprecht alle succes. Het is tijd voor vernieuwing. Pas me aan, maar onthoud dat die rode vlekken die ik vijftig jaar geleden heb gezet, diep in de Vlaamse klei en in het hart van de burger zitten. Spring er dus voorzichtig mee om!

En tot slot, aan u, secretaris-generaal van het Departement Omgeving,

Ik kijk met veel bewondering naar jullie werk. Ik hoor u en uw administratie vaak praten over de ‘Bouwshift’, de ‘Betonstop’, de strategische projecten, de Beleidsplannen Ruimte Vlaanderen en de instrumentenbeoordeling. U probeert mijn rode vlekken van schaamte op mijn wangen weg te gommen met hypermoderne RUP’s en complexe decreten. Maar, u weet net zo goed als ik: ministers komen, ministers gaan, ook secretarissen-generaals (die blijven meestal wel iets langer), maar het Gewestplan blijft bestaan.

Tegenwoordig ben ik digitaal te zien. Ik woon in Geopunt en ben met één muisklik te raadplegen. De geur van de ecoline is verdwenen, maar mijn ziel is nog precies dezelfde als in 1976: koppig, complex, ondoorgrondelijk, maar wel de rechtzekere basis waar dit hele gewest op rust.

Ook al zijn er enkele aanwezigen hier vandaag die mij willen afschaffen. Ik vergeef het jullie, want jullie willen mij enkel bevragen, bijsturen en plannen smeden voor een slimmere bouwshift, zodat Vlaanderen kan ademen.

Ik kan zelf het glas niet heffen – papier en champagne zijn een gevaarlijke combinatie voor de archieven – maar ik vraag júllie om dat in mijn plaats te doen. Op naar de volgende vijftig jaar, hoe mijn plannen er ook uit gaan zien!

Vanwege uw, nog steeds rechtsgeldige, Gewestplan”