Onze bouwreflex is een cultuurprobleem. Die cultuur wordt ons met de paplepel ingegeven en houdt zichzelf in stand, mede gevoed door bepaalde media.
We zijn ruimtelijk analfabeet: om een cultuurshift op gang te brengen, moeten we ‘het teveel’ en de potentie van het bestaande beter leren lezen.
Nieuwbouwen lijkt wel een verslaving. Rationele argumenten en de objectivering van de problematiek volstaan niet in de verslavingszorg: er is ook nood aan sensibilisering die rekening houdt met emoties en gevoelens.
Verouderde gewestplannen staan als ‘betonstart’ de ‘betonstop’ in de weg door de daarin aangeduide en overgedimensioneerde zones met een ‘bouwbestemming’. We moeten het gewestplan hertekenen tot een ‘gewenstplan’.
We moeten niet alleen op zoek gaan naar curatieve recepten voor een ruimtelijk dieet, maar ook focussen op preventieve maatregelen die voorkomen dat we in de toekomst verder of opnieuw overmatig bouwen.
Heel vaak wordt de auto aangeduid als één van de oorzaken van onze ruimtelijke obesitas. De auto vraagt immers niet alleen veel plaats als hij rijdt, maar ook als hij stilstaat.
Ruimte delen is een evidente manier om onze bestaande gebouwen beter te benutten. Time management is daarbij essentieel. Leve de koster als gebouwbeheerder? Of kunnen we hiervoor ook digitale platformen gebruiken?
Van efficiëntie naar sufficiëntie: hoe werken we aan een cultuur van ‘genoeg’ in plaats van de grootste, hoogste, meeste te willen zijn?
Kunnen we ook de regelgeving bij herbestemmingen sufficiënter maken? De huidige comforteisen en brandweernormen zijn toegespitst op nieuwbouw, alles daarbuiten is maatwerk. Dit zorgt ervoor dat een nieuwbouw vaak (financieel) interessanter is dan de herbestemming of de opsplitsing van een bestaand gebouw.
Onlosmakelijk verbonden met alles en dus ook met onze ruimtelijke obesitas: geld. Onze gebouwen zijn namelijk ons appeltje voor de dorst. Collectief eigendom en coöperatieve beheersmodellen zouden vastgoedspeculatie kunnen afremmen en zo dus onrechtstreeks recepten voor een ruimtelijk dieet kunnen zijn.
In de recepten voor een ruimtelijk dieet is durf een belangrijk ingrediënt:
durf als eigenaar van een onderbenut gebouw de sleutel uit te lenen
durf als ontwerper de vraag in vraag te stellen
durf als beleidsmaker bestemmingsplannen te herbekijken en sterke keuzes te maken