Op donderdag 16 oktober klonken we bij Stadsform op de publieke ontginning van erts. We begonnen met de voordracht van ons manifest, waarna Hans Leinfelder (KU Leuven) een interventie deed. Vervolgens gingen we aan de slag rond ruimteneutraal bouwen, de rol die ieder van ons hierin kan spelen en werkten we samen aan recepten voor een ruimtelijk dieet. Kaj Zwerver was erbij en bracht verslag uit.
Op 16 oktober trok ik naar de ontginningsdag van erts, de officiële openingsdag van de recentelijk opgerichte ontwerppraktijk voor ruimtelijk onderzoek. Wie naar de website van erts surft, komt terecht op een website vol speelse woordspelingen en synoniemen waarin het welbekende architecturale discours plaatsmaakt voor een medische benadering van een urgent probleem: het collectieve ruimtegebruik dat de pan uit rijst. erts diagnostiseert de samenleving met een chronische ziekte in de vorm van ruimtelijke obesitas; onze open ruimte is in gevaar.
De directe aanleiding voor mij om aanwezig te zijn op deze ontginningsdag, was mijn eerdere ontmoeting met twee van de vier initiatiefnemers van erts: Dimitri Minten en Tim Vekemans. Ik kwam dit duo tegen tijdens de Archined Critics Night in Rotterdam, waar zowel zij als ik aanwezig waren vanwege onze nominatie voor de Geert Bekaertprijs voor Architectuurkritiek. Toeval of niet, Dimitri en Tim bundelen hun krachten in het architectenbureau ‘RE-ST’ en wanneer je even met de letters husselt, kom je erachter dat je er ook het woord ‘erts’ mee kunt vormen. Minten en Vekemans waren genomineerd met hun essay ‘Moeder, daarom bouwen wij!’ over een systeemverandering in de bouw en een alternatieve rol voor architecten als ruimtelijke zorgverleners.
Die rol van ruimtelijke zorgverlening trachten de deelnemers op de ontginningsdag op zich te nemen door samen te reflecteren over onze ruimtelijke obesitas en recepten aan te bieden voor een ruimtelijk dieet.
De dag werd afgetrapt met een lezing door de twee andere initiatiefnemers van erts: Amber Vermaete en Marlies Struyf. Zij gaven een treffende uiteenzetting van de huidige problematiek: als we niet oppassen, slibt Vlaanderen dicht. Er wordt onnodig veel gebouwd terwijl onze huidige gebouwde omgeving wemelt van de onbenutte ruimte. Maar liefst een half miljoen woningen zouden gevonden kunnen worden in het bestaande patrimonium. De vraag is of het huidige woningtekort daadwerkelijk op te lossen zou zijn zonder bij te bouwen. Het creëert in ieder geval mogelijkheden, want bijbouwen – oftewel nog meer open ruimte verorberen – zal als zojuist gediagnostiseerde obesitaspatiënt zeker niet op het voorschrift van de dokter staan.
“Samen op dieet gaan is nu eenmaal eenvoudiger en vruchtbaarder dan de weg in je eentje afleggen.”
erts positioneert zichzelf als culturele onderzoekspraktijk die op zoek wil gaan naar ‘zwerfruimte’. Ze wil het potentieel van achtergelaten bouwmaterialen en vierkante meters ruimte in onze door overconsumptie dichtslibbende steden onderzoeken en waar mogelijk ontginnen. Hiervoor is ze op zoek naar middelen en samenwerkingen. Vermaete en Struyf nodigen uit om mee te doen aan dit groepsdieet. Samen op dieet gaan is nu eenmaal eenvoudiger en vruchtbaarder dan de weg in je eentje afleggen.
Hans Leinfelder verwoordde het misschien wel het meest spraakmakend in zijn interventie die volgde op de startlezing: erts zal op zoek moeten gaan naar de goudklompjes in onze overvolle ruimtes om aan de hand van effectieve voorbeelden het discours te veranderen.
Tijd voor ruimtelijke recepten om het tij voor onze arme patiënt te keren. Aan de werktafels steken de vijftigtal deelnemers de koppen bij elkaar om te brainstormen. Tal van oplossingen passeren de revue; collectief onteigenen, aanpassen van de parkeernormen, wetgeving versimpelen, deelcultuur stimuleren, samenwonen, leegstand bestrijden, publieke ruimte beschermen, tweede woningbeleid herzien, opsplitsen van woningen, enzovoort.
Leinfelder zei het eerder in zijn toespraak ook al: onze patiënt is verslaafd aan bouwen. Misschien moeten we ons ruimtegebruik benaderen net zoals we in de verslavingszorg te werk gaan. Gaan we terug naar het begin van de bouwverslaving van de Vlaming, dan komen we direct bij de geboorte uit. Of zoals Pascal de Decker het stelt: de baksteen wordt de Vlaming in de maag gesplitst.
Het voordeel van iets wat met de paplepel wordt ingegoten, is dat we daar ook mee kunnen stoppen. Het vereist een cultuurshift waarin we afstand nemen van de zogenaamde baksteen in onze maag en onszelf een ander ideaal voorschotelen.
“Het oprichten van een ontwerppraktijk die zichzelf moet bedruipen in de bouwwereld met als uitgangspunt om vooral níet te bouwen, is wellicht activistischer dan ooit tevoren.”
Kort voor het begin van het evenement sprak ik met Tim Vekemans over hun genomineerde essay en over het kritisch schrijverschap. Hij zei me dat hij had besloten om na vijftien jaar zijn activistische pen neer te leggen en het anders te gaan doen. Het oprichten van een ontwerppraktijk die zichzelf moet bedruipen in de bouwwereld met als uitgangspunt om vooral níet te bouwen, is wellicht activistischer dan ooit tevoren.
Het stelt het verdienmodel van de architect fundamenteel in vraag en maakt de weg vrij voor het nieuwe beroep van ‘ruimtelijk zorgverlener’. Aangezien de verloning van de architect tegenwoordig toch al onder druk staat en de Orde van Architecten naarstig op zoek is naar een herbronning, lijkt dit het uitgelezen moment om deze weg verder in te slaan.
Kaj Zwerver pendelt voor zijn werk als interieurarchitect tussen Gent en Cadzand-Bad. Daarnaast schrijft hij over maatschappelijke thema’s in de architectuur en doet hij onderzoek naar holistische architectuurbenadering via zijn eigen ontwerppraktijk Studio Zwerver. Met zijn artikel, ‘Architectuur: je vriend of je vijand?’, was hij genomineerd voor de Geert Bekaertprijs 2025.








